1988 — Ik kreeg een pen.
Het schreef met blauwe inkt die in een verhaal vloeide.
Ik herinner me nog dat de pen warm werd van mijn vingers. Ik droomde weg in mijn verhaal, net zoals de blauwe inkt wegdroomde op het papier met lijnen — figuur van mijn denken — die snakte om iets te zeggen.
De kronkels van blauw vertelden hun verhaal, een redding van een eenzame jongen die geen andere manier had om iets te vertellen.
Het was te gek!
Een waanzin van ideeën, gestalten van doorlopende ideeën, concepten die probeerden een plek te vinden in mijn schrift voor mijn Engelse leraar.
Ik schreef over liefde voor relativiteit, het idee dat men tijd niet normaalweg kan begrijpen. Het vloeide net als het blauw.
Een fascinatie in mijn dartelende ogen, wijd open, nieuwsgierig en zoekend om de wereld te begrijpen en uit te leggen.
Geweldig was het dat kronkels op papier zorgden dat ik kon wegdromen en de hele klas kon meevoeren in korte verhalen van zo'n 500 woorden die ik schreef met een warme pen.
"Niet schromen, Michael, je hebt het vermogen om mensen dingen — niet gewoon te laten lezen — maar te laten ervaren met je verhalen. Beloof me één ding: je moet nooit stoppen met schrijven. Ik wens je veel geluk met je laatste schooljaar!" zei mijn Engelse onderwijzer.
Het is nu 32 jaar later. Lijnen op papier kunnen weer vloeien.
Ik word weer waanzinnig gek van een pen die warm wordt van mijn vingers. Ik schrijf zo snel dat de inkt niet meer kan vloeien. Ik heb mijn pen drooggeschreven!
Ze zeggen: als de duivel achter je aan komt, dan moet je hardlopen.
Voor een tijd dacht ik dat ik niet gewoon rende, maar dat ik kon vliegen...
EINDE

Reacties
Een reactie posten