1. Vrijheid als kind
Vroeger dacht ik dat vrijheid betekende om na schooltijd in ons zwembad in Zuid-Afrika te zwemmen zonder eerst mijn huiswerk te doen.
Vreemd dat dingen niet altijd zo zijn. Als ik terugdenk, zou het meer bevrijdend zijn geweest als ik eerst mijn rekenen, taal, geschiedenis of aardrijkskunde had gedaan.
Dan zou ik meer bevrijd zijn geweest. Ik zou geen knagend gevoel hebben gehad dat ik in de nesten zou komen na het weekend in de klas. Ik zou kunnen zwemmen als een vis onder de Zuid-Afrikaanse zon, tenger en gespierd als jonge man, de zoon van immigranten uit Nederland.
De zoon van oorlogskinderen.
Ik werd ouder en kwam tot het besef dat vrij zijn geen gegeven is, je moet het zelf ontdekken, je moet eraan werken.
Hier ligt de clou: je huiswerk eerst doen, dan zwemmen.
Sommige mensen vinden het makkelijk, sommigen niet. Ik kende mensen die dachten dat ze bevrijd konden zijn van leed en verdriet door drank te verheerlijken na een kerkdienst. God sprak hen aan en dan daarna een fles sterke drank.
Ik hoorde verhalen van mijn familie en kennissen, die ook immigranten waren. Ik vond ze een beetje vreemd vanuit mijn optiek als kind. Humor over posttraumatische stress, een oom die 'Pierewiet' genoemd werd.
Misschien was dit een manier om in het reine te komen met nare dingen door zwartgalligheid of gewoon enige karaktertrekken uit te lichten die vreemd waren. Dit werd besproken en er werd om gelachen. Een manier om een beter 'normaal' te vinden in een vreemd land.
Ik vond mijn vrijheid in mijn stripboeken. Superman, die een vader had in de sterren op Krypton en een aardse vader.
Batman, die zijn eigen vrijheid vond door van Gotham City een betere plek te maken, een ridder voor gerechtigheid omdat zijn kindertijd verstoord werd. Richie Rich, een jongen met zoveel rijkdom dat hij voor heel lang de ster was van mijn bestaan. Grappig, om nu te denken dat Richie Rich in mijn volwassen oog misschien beschouwd kan worden als kapitalistische propaganda, want de jongen gaf geen fluit om zijn arme vrienden.
Toen mijn moeder mijn stripboeken had weggegooid en ik niet meer keek naar 'The A-Team' op TV, waar meer schoten werden afgevuurd dan in Vietnam, zonder dat iemand ooit werd doodgeschoten, ging ik op zoek naar een andere manier om mijn vrijheid te vinden. Maar dan als volwassene.
2. Vrijheid als volwassen mens
Ik werkte in de Johannesburg Openbare Bibliotheek. Ik kon mijn vorige werk in een bank niet aan, dit voelde aan als een gevangenis. Ik kon mijn lunchpauze doorbrengen door oude kranten te lezen over de Tweede Wereldoorlog, over Churchill en zijn V-teken, twee vingers omhoog. De kinderen op de scholen in Zuid-Afrika hadden toen ook een hoofdletter V op hun schooltassen getekend.
Ik vond een stem van diep onder Johannesburg die verborgen lag in rekken van meer dan een miljoen boeken, artikelen, pamfletten en kranten. Ik dacht niet dat ik de enige was die veiligheid kende, maar met mij vele mensen. Er was een referendum om Mandela macht te geven en ik stemde 'Ja'.
Een paar jaar later werd de auto van mijn vader gekaapt. Er werd op hem geschoten en hij werd bont en blauw geslagen. Hij dacht aan mij toen hij met de dood werd geconfronteerd. Hij kon bijna niet praten, zijn gillen om hulp hadden iets met zijn stembanden gedaan.
Ik zag een donkere man die met een 'rottang', een soort zweep, werd geslagen omdat hij iemands geld had gestolen. De jongen die hem sloeg was de broer van een politieagent en ik kende hem.
Dus ik werd geïntimideerd door deze agent, ik moest mijn mond houden.
Hier was geen vrijheid.
We emigreerden naar Nederland in 1999.
3. Vrijheid in Nederland
Mandy, ons hondje, moest in de bagageruimte een tijd doorbrengen in het vliegtuig naar Schiphol. De hond had veel dorst toen we haar ophaalden. We woonden de eerste paar jaar in een huis in Wieringerwaard.
Twee vliegtuigen vlogen in de Twin Towers. Het werd 9/11 genoemd. Het was in Amerika, 'The Land of the Free'.
Ik had toen de griep, dus mijn ouders wilden mij niet ongerust maken. Toen ik me beter voelde, zeiden ze dat ik maar naar de TV moest kijken. De wereld voelde me heel onveilig aan. Maar dat was in een ander land.
Niet hier. Niet in het land dat plat was en bezaaid met windmolens.
Mijn vader zag zijn basisschool in Den Haag, we gingen naar Arnhem, waar mijn moeder werd geboren. De cirkel was nu rond. Ze waren in het land van hun herkomst.
Hun laatste jaren waren idyllisch. Mijn moeder schreef gedichten en verhalen. Mijn vader werd hierdoor ontroerd.
Het was prachtig.
Ze overleden aan kanker, vier maanden na elkaar. Ik geloof dat ze beiden hun vrijheid hadden gevonden.
Ik zie soms dingen van andere landen op TV en sociale media. Ik zie niets dat me gelukkig maakt. Zuid-Afrika is een puinhoop geworden. Niets heeft eigenlijk meer zin.
Ik vertrouw er maar op dat de wereld zichzelf zal redden op een of andere manier.
Ik vermoed dat ik nu weet wat vrijheid voor mij betekent.
De locus van vrijheid is niet in een ander land, is ook niet in Nederland.
Het is verborgen onder vele lagen van mijn herkomst die ik zelf betekenis moet geven.
Vrijheid vind ik in mijn eigen ziel.
EINDE
Reacties
Een reactie posten