Schaduw
Wat zit in jouw schaduw? Wat wil eruit springen?
Johan werkte in de Openbare Bibliotheek van Johannesburg, een monster van beton, trappen en rekken gevuld met boeken, tijdschriften en pamfletten. Er waren kaartjes met numerieke verwijzingen waarmee je deze boeken kon vinden.
Johan voelde zich aangetrokken tot twee onderwerpen: het maken van een robot en de liefdesgedichten van Ovidius. Het robot-gedoe was te vinden in de omgeving van nummer 600, aan de verre kant van de rekken met boeken. Ovidius bij de 800, meer naar rechts in de catalogus.
Hij had verkering met een dame die hij Aphrodite noemde. Ze woonde niet ver van hem. Voor hem was zij een godin, ze liet hem lachen omdat ze hem ontnuchterde. Ze was een dame die scheten liet en hem er de schuld van gaf. Hij was dit niet gewend, omdat zijn moeder hem had overtuigd dat vrouwen altijd fatsoenlijk zijn en dat in Engeland, waar ze vandaan kwam. 'Aphrodite' — haar echte naam was Julia — was anders.
Deze mythische verhalen waren te vinden bij de 800.
Hij zei tegen Julia, oftewel Aphrodite, dat hij ging stoppen met bibliotheekwerk en zich zou storten op een project om taken te vergemakkelijken door robots te bouwen. Hij spaarde hiervoor en zijn opleiding die hij vroeger had gevolgd om elektrische garagedeuren te maken, dacht hij, zou genoeg zijn om eenvoudige sorteerrobots te maken. De robots die ze al hadden, waren te lomp en de algoritmes te slordig.
Hij legde haar uit hoe het in zijn werk zou gaan: een rek met vakjes en een machine die er artikelen in kon leggen. Pure eenvoud voor heel veel logistieke problemen, en hij zou hiermee de Heilige Graal hebben gevonden.
Toen Julia hem voor een andere man verliet, iemand die goed was in boekhouden en veel bedrijven wilde aannemen, stortte zijn wereld ineen.
'Je bent een dromer, Johan, droom maar verder...' zei ze.
'Ik zal jouw scheten missen, trut!' en het was uit.
Er waren dagen dat hij zich niet goed kon concentreren. Hij ging tijdens zijn lunchpauze naar de 600 en raadpleegde vakliteratuur over robots. Hij begon nare dromen te krijgen waarin zijn machine doelgericht en stom zijn werk deed en werkers doorboorde met zijn arm die post of pakjes in vakjes moest stoppen.
Iedere keer dat hij een boek moest ophalen bij de 800 voor een klant, begon hij te trillen en soms meende hij dat hij Julia hoorde lachen. Dit was merendeels het gemurmel van de mensen die aan het praten waren in de hal van het betonnen boekenmonster. Hij moest denken aan een film die hij had gezien, Ghostbusters. Daarin waren spoken in een bibliotheek. (Had de schrijver ook last van liefdesverdriet?)
Toen zijn jaarlijkse personeelsrapport zwart op wit duidelijk maakte dat een kleuter beter werk kon leveren, was dit de laatste druppel. Hij nam ontslag.
Tien jaar later
Julia liep de bouwmarkt in net buiten de wijk waar ze woonde en zag Johan. Hij zag er goed uit. Hij had een glimlach op zijn gezicht en er stonden een paar mensen om hem heen.
'Hoi, Johan,' zei ze.
Bij herkenning keek hij heel mild naar haar.
'Hoi Julia,' zei hij.
'Zo, je werkt nu hier? Ik herkende je amper...'
'Ja,' zei Johan, 'ik bofte met het maken van een robot.'
'Die gekke idee van jou van vroeger?' Ze was verbaasd.
'Ja.'
Julia drukte haar borsten naar voren en tilde haar hoofd opzij. Ze dacht eraan om haar lippen meer te tuiten, maar dit zou te voor de hand liggend zijn.
'Wat kunnen die handen van jou nog meer?' vroeg ze. 'Boekhouders hebben stomme handen.'
Johan keek haar aan en zei heel duidelijk:
'Deze handen maken dingen die werken!'
EINDE
© 2020 Michael J Secreve - Rights Reserved
Dank je.
BeantwoordenVerwijderenEen leuk verhaal met een neurodiverse diepgang.